Waarom wachten we met aanspreken tot het lampje al brandt?
Iedere automobilist kent het moment. Je kijkt vluchtig naar het dashboard en ziet dat de actieradius nog honderd kilometer bedraagt. Geen paniek. Je rijdt door. Even later is het nog tachtig kilometer. Daarna zestig. Nog steeds niets aan de hand. Je weet dat je moet tanken, maar het voelt niet urgent. Er kan nog best een stukje bij.
Pas wanneer het lampje gaat branden verandert er iets. Ineens kijk je anders naar de weg. Je zoekt naar een tankstation. Je rekent uit of je het nog haalt. En als de actieradius nog tien kilometer aangeeft, wordt iedere afslag een afweging. De spanning neemt toe. Niet omdat je niet wist dat de tank leeg raakte, maar omdat je zo lang hebt gewacht.
In organisaties gebeurt precies hetzelfde.

Waarom stellen we elkaar aanspreken zo lang uit?
Misschien herken je het wel. Er is een collega die afspraken niet nakomt. Iemand die tijdens vergaderingen steeds over anderen heen praat. Een leidinggevende die besluiten uitstelt. Of een teamlid dat zichtbaar overbelast raakt maar blijft volhouden dat alles onder controle is.
Je ziet het gebeuren. Je voelt dat het schuurt. Soms al weken.
Toch zeg je niets.
Niet omdat je het niet ziet. Juist omdat je het wél ziet.
Je hoopt dat het vanzelf verdwijnt. Misschien heeft die ander een slechte dag. Misschien ligt het aan jezelf. Misschien is dit niet het juiste moment. En voor je het weet zijn we maanden verder. De irritatie is gegroeid, aannames hebben zich opgestapeld en het gesprek dat vijf minuten had kunnen duren, is veranderd in een dossier waar niemand nog ontspannen aan begint.
Dat is misschien wel het grootste misverstand rondom aanspreken. Veel mensen denken dat het spannend wordt op het moment dat je iemand feedback geeft. In werkelijkheid ontstaat de spanning al veel eerder. Op het moment dat je besluit niets te doen.
Ons brein is namelijk verrassend goed in het vermijden van ongemak. We willen aardig gevonden worden. We willen de relatie goed houden. We zijn bang om de ander te kwetsen of zelf als lastig te worden gezien. Daardoor vertellen we onszelf een geruststellend verhaal. Morgen is ook goed. Eerst nog even aanzien. Dit lost zich vast vanzelf op.
Maar gedrag dat je niet bespreekt, verdwijnt zelden.
Sterker nog, het krijgt ruimte om normaal te worden.
Daardoor verandert een klein ongemak langzaam in frustratie. Frustratie wordt irritatie. Irritatie wordt afstand. En afstand zorgt ervoor dat teams elkaar steeds minder vertrouwen. Niet omdat mensen slechte intenties hebben, maar omdat ze elkaar niet meer helpen om beter te worden.
Aanspreken begint bij jezelf
Juist daar begint aanspreken.
Niet bij de ander.
Bij jezelf.
Het moment waarop je merkt dat iets je dwarszit, is eigenlijk hetzelfde als die actieradius van honderd kilometer. Dat is het eerste signaal. Niet dat de ander iets moet doen, maar dat jij iets te doen hebt.
Dat vraagt eigenaarschap.
Niet het eigenaarschap waarbij je harder gaat werken of meer verantwoordelijkheid naar je toe trekt, maar het eigenaarschap om jezelf de vraag te stellen: wat vraagt deze situatie van mij?
Dat is wezenlijk iets anders dan wachten tot HR het oppakt, je leidinggevende ingrijpt of de ander eindelijk zelf tot inzicht komt.
Want zolang jij vindt dat iemand anders het gesprek moet voeren, leg je de sleutel van de oplossing buiten jezelf.
En precies daar verliezen teams hun kracht.
Ook in directie- en managementteams
Opvallend genoeg zien we dit niet alleen in operationele teams. Misschien zelfs nog vaker in directie- en managementteams. Daar waar het voorbeeld zou moeten ontstaan, wordt aanspreken regelmatig uitgesteld. De onderwerpen worden ingewikkelder. De belangen groter. De onderlinge afhankelijkheid neemt toe. Daardoor worden scherpe gesprekken vervangen door nette gesprekken.
Iedereen blijft professioneel.
Iedereen blijft vriendelijk.
En ondertussen weet iedereen precies wat er eigenlijk gezegd zou moeten worden.
Aanspreken en psychologische veiligheid
Teams kijken veel minder naar wat leiders zeggen dan naar wat leiders doen. Als een directieteam moeilijke gesprekken ontwijkt, ontstaat er onbewust een norm voor de rest van de organisatie. Blijkbaar lossen we spanningen hier niet direct op. Blijkbaar bewaren we ze. Blijkbaar is harmonie belangrijker dan helderheid.
Terwijl het tegenovergestelde waar is.
Teams waarin mensen elkaar respectvol aanspreken, voelen vaak veiliger dan teams waarin iedereen elkaar met rust laat.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar psychologische veiligheid ontstaat niet doordat conflicten ontbreken. Ze ontstaat doordat mensen erop vertrouwen dat moeilijke onderwerpen bespreekbaar zijn zonder dat de relatie stukgaat.
De lucht klaart meestal niet op door te zwijgen.
De lucht klaart op doordat eindelijk wordt uitgesproken wat al lang voelbaar was.
Handelen terwijl de spanning er is
Dat betekent overigens niet dat aanspreken gemakkelijk is.
Integendeel.
Het vraagt moed om de kans te accepteren dat iemand je even minder aardig vindt. Het vraagt lef om niet precies te weten hoe het gesprek zal verlopen. En het vraagt volwassenheid om te erkennen dat jij het ook spannend vindt.
Misschien is dat wel de belangrijkste stap. Niet wachten tot je geen spanning meer voelt, maar leren handelen terwijl die spanning er gewoon is.
Want ook bij een tank die nog voor een kwart gevuld is, stop je soms gewoon even om te tanken. Niet omdat je al stil staat, maar omdat je weet waar wachten uiteindelijk toe leidt.
Je hoeft het niet alleen te doen
Misschien hoef je het bovendien niet alleen te doen.
Dat vergeten we vaak.
Support vragen is iets anders dan het gesprek uitbesteden. Je vraagt een collega om mee te denken. Je bereidt het gesprek samen voor. Je oefent misschien zelfs een keer hardop wat je wilt zeggen. Niet zodat iemand anders het voor je oplost, maar zodat jij steviger het gesprek in kunt.
Ook dat is accountability.
Niet alles alleen willen doen. Maar doen wat nodig is om het gewenste resultaat dichterbij te brengen. Misschien is dat wel de vraag die ieder team zichzelf vaker zou mogen stellen.
Niet: waarom spreekt niemand elkaar aan? Maar: wanneer begon mijn eigen benzinelampje eigenlijk te branden?
En als je dat moment inmiddels haarscherp voor je ziet, waarom rijd je dan nog steeds door?
Zin om hierover eens door te sparren? Plan een connect call.
